DE KAPITEIN VAN HET MARKERMEER

Zand van eigen bodem

Als ik onderweg even aanleg om mijn hondje Bennie uit te laten, loop ik Ricardo van Doren tegen het lijf. Hij is hoofd werkvoorbereiding bij de Alliantie Markermeerdijken en ik had al een tijdje een vraag in mijn hoofd die ik hem nu mooi kan stellen.

Hey Ricardo, jullie zijn alweer aardig wat zand aan het afvoeren, zie ik. Jij kunt mij vast wel vertellen waar dat allemaal heen gaat, of niet?

Ricardo: “Waar precies weet ik niet, maar ik weet wel dat de bedrijven die voor ons het zand tijdens het hele dijkverzwaringstraject verzorgen, dit meestal weer gebruiken bij bouwprojecten in de omgeving. De aan- en afvoer van het zand wordt geregeld door twee gespecialiseerde zandbedrijven: Van Vliet en Mineralis, allebei dochterbedrijven van de Alliantiepartners Boskalis en VolkerWessels.”

Hoe werkt dat dan?

“Nou, je kan je voorstellen dat er voor een project als dit enorm veel zand nodig is. Uit mijn hoofd zeven à acht miljoen kuub. Dat zand gebruiken we allereerst vóórdat we gaan bouwen, als voorbelasting, om de grond te verstevigen. Voor de dijk zelf hebben we veel zand nodig – denk ook maar eens aan het stadsstrand in Hoorn. Ook in de werkbanen en de loswallen is veel zand gaan zitten. Die hebben we vóór de dijk aangelegd voor aan- en afvoer van materiaal en materieel.”

En nu komt het project in de fase dat die werkbanen en loswallen weer weg kunnen?

“Op steeds meer plaatsen wel, ja. We zijn al een jaar lang bezig met het afvoeren van zand dat niet langer nodig is. En dat gaat via Van Vliet naar bouwprojecten in de omgeving. Voor het groot onderhoud en de reconstructie van de N247 bijvoorbeeld. In totaal moeten we zo’n 750 duizend kuub weer afvoeren de komende tijd. Dat zijn zo’n 300 Olympische zwembaden vol.”

Ricardo van Doren:

“We moeten 750 duizend kuub zand weer afvoeren. Dat zijn 300 Olympische zwembaden vol.”

Dat is nog best een flinke berg. Komt het zand ook uit deze regio vandaan?

“Zeker. Meer dan negentig procent komt uit het Markermeer. Dat is relatief ondiep en de vaargeul tussen Amsterdam en Lemmer moet regelmatig onderhouden worden. Daar komt veel zand uit. Een zandzuiger, een kleine versie van een baggerschip, stort het zand in een beunschip, een schip met een grote bak. Daarmee wordt het verplaatst. Later in het project kwam er ook zand van andere projecten van Alliantiepartner Boskalis.”

Jullie doen dus aan zandrecycling?

“Ha, nou en of! Het zand dat we tijdens de dijkversterkingswerkzaamheden gebruiken, ligt soms wel op drie of vier verschillende locaties. Bijvoorbeeld eerst op een loswal en als het daar niet meer nodig is, als voorbelasting op steeds een andere plek.”

Het is vast een hele klus om dat allemaal goed in te plannen?

“Daarom hebben we per deelgebied iemand die zich daar onder meer mee bezighoudt. Hergebruik van zand proberen we zoveel mogelijk binnen hetzelfde deelgebied te regelen, maar als dat niet lukt, kan ik helpen bij de coördinatie. We plannen met ruime marges, maar dat blijft best lastig. Het loopt in de bouw vaak anders dan je vooraf bedenkt. Gelukkig heeft de beschikbaarheid of de afvoer van zand nergens tot vertraging geleid.”

Liggen jullie lekker op schema?

“Ja, we hebben in 2023 voor het laatst nieuw zand aan laten voeren; daarna konden we het zand dat hier al was steeds hergebruiken. Tijdens de realisatie van de werkzaamheden hebben we één keer de afbouw naar achteren geschoven, daarna is er niet veel veranderd. Nu overal begonnen is aan de afbouw, is wat zand betreft de grootste planningsonzekerheid voorbij. Dit jaar is de dijk overal weer veilig, voorjaar 2027 gaan we de laatste loswallen bij Volendam en Uitdam opruimen. Dus het einde komt zo langzamerhand in zicht.”