DIJK VAN EEN VONDST
De dijk bij Warder wereldberoemd
De tijd meten in een zandkorrel. Dat kan dankzij een speciale methode: OSL-datering (Optically Stimulated Luminescence). Recent is ook bewezen dat je met zandkorrels uit een kleidijk kan bepalen hoe oud deze werkelijk is. “De dijk bij Warder gaat de geschiedenisboeken in met deze ontdekking,” aldus Jan-Willem Oudhof, archeoloog bij de Alliantie Markermeerdijken. Hij vertelt enthousiast over deze doorbraak waarbij de dijk hoofdrolspeler was in dit onderzoek.
Hoe weet en meet je de datering van archeologische vondsten? En nog ingewikkelder: van grondlichamen als bijvoorbeeld een dijk? Binnen de archeologie zijn daar verschillende manieren voor, legt Jan-Willem uit: “Je kunt aan een scherf uit de dijk zien of het uit grootmoeders tijd komt of uit de middeleeuwen. Aan de hand van de scherven die in een grondlaag zitten, kun je zo te weten komen hoe oud de laag is. Dat verfijn je door verschillende stukken aardewerk, glas en andere materialen nauwkeurig te dateren en dat met elkaar te vergelijken.” Maar wat als je geen scherven of andere dateerbare vondsten tegenkomt? Hoe kun je dan archeologische lagen dateren? Hoe oud is dan de plek zelf, in dit geval de dijk?

De tijd meten in de dijk
Dan zet je absolute dateringsmethoden in, zoals C14-datering oftewel koolstofdatering, vertelt de archeoloog. “Die methode biedt een nauwkeurige uitkomst, maar kan alleen toegepast worden wanneer er organisch materiaal beschikbaar is, zoals verkoolde zaden of granen. Bij een koolstofdatering meet je de radioactiviteit in het eens levende materiaal. Op het moment dat het doodgaat, neemt het geen radioactiviteit meer op: dat kun je meten,” aldus Jan-Willem. “Maar in dijken is organisch materiaal vaak schaars. Voor zandlagen heb je daar nu de methode OSL voor: daarmee kan je de laatste blootstelling aan zonlicht van zandkorrels meten. De Universiteit van Wageningen wilde onderzoeken of dit ook mogelijk is met zandkorrels uit kleiachtige bodem. Daarvoor klopten ze aan bij de Alliantie Markermeerdijken. In dijken zit voornamelijk klei; was het mogelijk om zelfs de zandkorrels in de klei te dateren? En dus te meten wanneer de dijk gebouwd is?”

Jan-Willem Oudhof:
“Dat je in een zandkorrel de tijd kan meten: fantastisch toch!”
Onderzoek in het donker
Onderzoeker Chang Huang ging aan de slag met monsters uit de dijk bij Warder. De techniek is ingenieus: “Je slaat lichtdichte buisjes in de grondlagen van een profielwand, om klei met daarin zandkorrels te verzamelen. Zo vang je eigenlijk het zonlicht dat als laatste op de zandkorrels heeft geschenen. In het lab maak je het buisje in het donker open en meet je hoeveel licht er nog in die korrels zit,” licht Jan-Willem toe. “Omdat het dateren van kleidijken met OSL nog in de experimentele fase zat, hebben we lagen bemonsterd die we ook met aardewerk konden dateren. Zo zouden we een mooie crosscheck hebben en konden we controleren of OSL een betrouwbare dateringsmethode zou kunnen zijn. En dat bleek het geval,” zegt Jan-Willem tevreden.

Een nieuw kijkje in de geschiedenis
De samenwerking leverde verrassende resultaten op voor de dijk van Warder. “We konden zien dat onze aardewerkdateringen houtsnijden: de datering lag tussen 1450 en 1550, met OSL lag de datering van de lagen tussen 1440 en 1480.” Met het onderzoek is bewezen dat OSL dus ook een interessante methode is voor archeologisch onderzoek naar kleidijken en rivierendijken, zeker waar geen aardewerk of organisch materiaal wordt gevonden. Jan-Willem ziet dan ook toekomst voor OSL-datering bij dijkonderzoeken: “We weten nu dat dit onderzoek kan met zand in klei. Er zit meestal niet veel dateerbaar materiaal in de dijk, dus OSL biedt bij ‘vondstloze’ lagen een hele goeie kans. Ook vondstloze grondsporen of terp-lagen kunnen ermee gedateerd worden – dat biedt opeens een nieuw kijkje in de geschiedenis.”
“Dat je in een zandkorrel de tijd kan meten: fantastisch toch,” stelt Jan-Willem. “Het OSL-systeem was al eerder bedacht, maar via de dijk van Warder is bewezen dat dit ook met kleidijken kan. Onze dijk gaat de geschiedenisboeken in, en wie weet wat we nog meer gaan ontdekken met deze methode. Het biedt een nieuw perspectief en daar zijn we als Alliantie trots op!”