DIJK VAN EEN VONDST

Een erfenis van duizend jaar

Wat vertelt archeologie over hoe we vandaag de dag met water omgaan? Volgens archeoloog Jan-Willem Oudhof van de Alliantie Markermeerdijken heel veel. “De geschiedenis van het gebied achter de 33 km lange dijkversterking laat zien hoe we al meer dan duizend jaar proberen te leven met water - én hoe de keuzes van toen doorwerken in het hier en nu.”

“Het archeologische veldwerk voor de dijkversterking is zo’n beetje klaar,” vertelt Jan-Willem. “Maar daarna begint het echte werk: het onderzoeken van de vondsten en de rapportages. Als je alles zo op een rijtje zet, zie je ook steeds beter het grote verhaal van het gebied zelf.” Dat verhaal begint in een uitgestrekt veengebied van meer dan 2000 jaar oud, stelt hij vast. “Al rond het begin van onze jaartelling kwamen hier af en toe mensen. We vinden aanwijzingen dat mensen het gebied kenden en gebruikten. Misschien trokken ze er in droge zomers met vee naartoe. Maar echt bewonen deden ze het niet.”

Van gebruik naar ontginning

In de middeleeuwen verandert dat: we begonnen het veengebied te ontginnen. “We kapten bomen, groeven sloten en ontwaterden het veen zodat het geschikt werd voor vee en landbouw. Het patroon van sloten dat toen ontstond, zie je vandaag nog steeds terug in het landschap.” Aanvankelijk is die aanpak succesvol, stelt Jan-Willem, maar na zo’n 200 tot 300 jaar veranderde dat. “Eerst leverde het gebied vruchtbare landbouwgrond op en nam de bewoning toe. Maar daarna ontstond een probleem dat nog altijd actueel is. Door het veen te ontwateren, begint het in te klinken. Het land zakt langzaam doordat het veen oxideert en oplost. Toen men begon met ontginnen lag het gebied ruim boven zeeniveau, maar door die ontwatering kwam het land steeds lager te liggen. Eigenlijk hebben we rond het jaar 1000 al een probleem gecreëerd waar we nu nog steeds mee te maken hebben.”

Het Flevomeer rond 500 v.Chr.

De strijd tegen het water

Vanaf de 12de eeuw worden de gevolgen zichtbaar. Stormvloeden krijgen steeds meer impact op het dalende landschap. “Zo heb je rond 1170 de Allerheiligenvloed, daardoor wordt Wieringen een eiland. Het oude Almeregebied, dat bestond uit heel veel meren, verandert langzaam in de Zuiderzee. Het water laat zijn sporen na, maar veegt ook veel uit,” aldus Jan-Willem: “Oudere bewoningssporen zijn hierdoor verdwenen. De oudste stukken land zijn verzwolgen door de Zuiderzee. Wat wij nu onderzoeken is eigenlijk de tweede fase van bewoning van het gebied. Alles wat ouder was, ligt grotendeels onder water en is weggespoeld.”

Van kleidijkje tot hoogheemraadschap

Maar de daling van het land heeft meer invloed. Zo werden dijken steeds belangrijker. Ging het eerst om kleine, eenvoudige kleidijkjes, later werden de waterwerken grootschaliger aangepakt. Dat was pure noodzaak, aldus Jan-Willem. “Je ziet dat mensen serieuzer aan de slag moesten. Dat zorgde ook voor gemeenschapszin, want als een buurman zijn stukje dijk niet goed onderhoudt, heeft iedereen natte voeten. Uit die samenwerking ontstonden de vele kleine waterschappen. Het probleem werd te groot om lokaal op te lossen, de waterschappen verenigden zich hier tot het Hoogheemraadschap Noord-Hollands Noorderkwartier. Nu pakken we het groots aan: met de versterking van de Markermeerdijken in één keer 33 kilometer dijk.”

Anonieme kaart uit 1581- Nederland op zijn smalst

Een erfenis van duizend jaar

Volgens de archeoloog vloeit de huidige waterproblematiek direct voort uit de middeleeuwse ontginningen. “De huidige problemen rondom waterbeheer en klimaatverandering zijn dus de erfenis van een duizend jaar geleden gestart proces. Nederland heeft eeuwenlang geprobeerd het water buiten te houden en het land droog te maken. Met sloten, gemalen, sluizen en dijken lukte dat steeds beter. Maar inmiddels verandert het denken. We hebben heel lang tegen het water gevochten. Nu komen we steeds meer tot de conclusie dat we moeten leren leven mét het water.” Dat zie je volgens hem ook terug in actuele projecten. “Langs de rivieren maken we tegenwoordig juist meer ruimte voor het water. De dijken kunnen we technisch nog verder verhogen, maar tegelijk zoeken we naar manieren om beter samen te werken met het water in het gebied zelf, met watersystemen voor klimaatadaptie.”

Jan-Willem Oudhof:

“Wij kijken naar het verleden, maar ons vak is juist ontzettend relevant voor het hier en nu, en voor de toekomst”

Archeologie met actuele betekenis

Voor Jan-Willem maakt dat archeologie verrassend actueel. “Wij kijken naar het verleden, maar ons vak is juist ontzettend relevant voor het hier en nu, en voor de toekomst. In die duizend jaar geschiedenis zie je hoe mensen het landschap hebben veranderd, welke gevolgen dat had en hoe we daar nu mee omgaan. Uit dat verleden zijn lessen voor de toekomst te leren.”