
DE KAPITEIN VAN HET MARKERMEER
Een extra buffer op het stadsstrand
Vaar ik op een zonnige herfstmiddag langs Hoorn, zie ik ineens dat er weer zand opgespoten wordt! Het stadsstrand was toch klaar? Het lag de hele zomer vol! Ik besluit op zoek te gaan naar een antwoord en bel Ben Castricum, projectleider stadsstrand Hoorn voor de Alliantie Markermeerdijken.
Hee Ben! Wat zie ik nou? Is er iets misgegaan bij het stadsstrand? Is het te druk geweest, afgelopen zomer? “Haha, nee hoor, niks aan de hand. Hier hadden we al rekening mee gehouden.”
Hoe bedoel je?
“Je weet dat het stadsstrand onderdeel is van een innovatieve oeverdijk, toch? Door aan de buitenkant een brede strook zand op te spuiten, hoeft de dijk zelf niet zo hoog te worden en ontstaat er extra ruimte. In een stad als Hoorn is dat dubbel winst: de waterveiligheid is weer voor de komende 25 jaar gegarandeerd. Of eigenlijk voor 50 jaar, als we meenemen dat we halverwege die periode het zand nog een keer aanvullen. En er ligt een prachtig strand, waar enthousiast gebruik van werd gemaakt in de afgelopen hete zomer.”
Ja, dat zag ik. Maar waarom moet er nu alweer zand bij?
“Er is heel veel rekenwerk voorafgegaan aan de aanleg van dit deel van de oeverdijk. Met modellen maakten we een inschatting van de hoeveelheid zand die genoeg zou zijn voor 25 jaar onderhoudsvrije waterveiligheid. In het Markermeer heb je niet veel stromingen. Ook het verschil tussen de waterstanden in de zomer en de winter zijn klein: hooguit enkele tientallen centimeters. Vooral de golven nemen zand mee vanaf het strand. Dat houden we constant in de gaten. Nu zagen we dat het zand zich iets sneller verplaatst dan we dachten. Er is kennelijk een stroming gaande die we nog niet goed kennen.”
Was het nu dan onveilig geworden?
“Absoluut niet. Je moet het zo zien: we hebben bij de aanleg rekening gehouden met de afvoer van zand. Daarom hebben we bovenop de veilige hoogte een extra buffer aangebracht: de slijtlaag. Hoe snel de afvoer van zand door golven en stroming zou gaan, hebben we vooraf ingeschat, binnen bepaalde marges. Met elkaar hebben we een zogenoemde instelperiode afgesproken: vijf jaar waarin we continu meten en monitoren. We zijn nu drie jaar verder en krijgen een steeds duidelijker beeld van hoe het zand zich gedraagt. Op dit moment komt er zand beschikbaar van de plekken langs de dijk waar de werkbanen worden weggehaald. Dat gebruiken we om de slijtlaag verder op te hogen, zodat we er straks in elk geval weer 25 jaar tegen kunnen.”
Gaat dat om grote hoeveelheden? Zo te zien wel, hè?
“Tja, het gaat om best een flinke bak zand. Voor de kerst spuiten we het deel op tussen de Schouwburg en paviljoen Reuring; in het begin van het nieuwe jaar komen de overige twee kilometers van de oeverdijk aan de beurt. Het grootste deel van het zand ligt onder water, maar uiteindelijk wordt het strand twintig tot vijftig meter breder.”

Ben Castricum
“We hebben bij de aanleg rekening gehouden met de afvoer van zand, door een slijtlaag aan te brengen.”
Tot kerstmis dus geen strandwandelingen meer voor de inwoners van Hoorn?
“De paden en de parkeerellipsen blijven bereikbaar, maar het zandige deel schermen we tijdens de werkzaamheden af met bouwhekken. In het begin is het zand nog erg nat, bijna drijfzand-achtig. Vandaar.”
Het is wel heel gaaf geworden! Hebben jullie veel bekijks gehad eigenlijk, met deze vernieuwende aanpak? Dit is niet wat mensen verwachten bij een dijk, toch?
“Nee, klopt. We hebben veel belangstellenden op bezoek gehad. Vanuit Almere, waar ze ook een stadsstrand willen aanleggen, maar ook vanuit China, Afrika, de Verenigde Staten. De combinatie van techniek, waterveiligheid én natuurontwikkeling spreekt iedereen aan, lijkt het.”
En zwemmers en zonaanbidders ook, zag ik. Heb jij hier zelf ook gelegen, afgelopen zomer?
“Nee, maar dat is omdat ik in Egmond woon. Maar ik heb heel veel mensen hier horen zeggen dat het stadsstrand een grote aanwinst is. ‘Heerlijk om niet meer de oversteek naar de kust te hoeven maken’, zeggen zij. Dat kan ik me heel goed voorstellen.”