DIJK VAN EEN VONDST
De goed bewaarde geheimen van ons gebied
Het werk aan de versterking van de Markermeerdijken nadert zijn voltooiing. En daarmee ook meer dan tien jaar aan archeologisch onderzoek in en om de dijk. Sinds 2016 zijn er meer dan 25 locaties onderzocht. Meestal vooraf gepland, soms naar aanleiding van een vondst. Maar écht afgerond is het onderzoek voorlopig nog niet. “De analyse en wetenschappelijke uitwerking door specialisten kan soms meer dan twee jaar duren”, vertelt archeoloog Jan-Willem Oudhof, die het onderzoek al van begin af aan coördineert.
“Het veldwerk is het meest in het oog springende deel van archeologisch onderzoek”, zegt Jan-Willem. “Als voorbijganger zie je mensen die dingen vinden en in de weer zijn met tekeningen, foto’s, vondstzakjes en bodemmonsters. Alles wat we zien, documenteren we.” Maar het échte beeld van het historische verhaal achter de vondsten tekent zich pas af bij de uitwerking van de resultaten door specialisten, benadrukt hij. “Vergelijk het met forensisch onderzoek op een misdaadlocatie. Je verzamelt sporen en op basis van snippers informatie probeer je een reconstructie te maken van wat zich op die plek heeft afgespeeld. Bij archeologie is dan alleen niet de centrale vraag: ‘Wie heeft het gedaan?’, maar ‘Hoe is dit zo gekomen?’
Archeologie is, net als het werk van rechercheurs, gebaseerd op wetenschap. Er komen enorm veel details en verrassend veel specialistische kennis bij om de hoek kijken. Dat begint al bij de voorbereidingen van ieder onderzoek: dat vergt zo’n twee weken per locatie. Voor het dijkgedeelte tussen Durgerdam en Edam werkt de Alliantie samen met de archeologen van de gemeente Amsterdam, en voor het deel tussen Edam en Hoorn met Archeologie West-Friesland. Zij maakten de voorstudies voor aanvang van de start van het hele onderzoekstraject. Dan volgt het zichtbare veldwerk, en vervolgens de reconstructie van het verhaal dat verteld wordt door een potscherf, een houten balk, of een overblijfsel van een kledingstuk. “De uitwerking en rapportage is ongeveer tweederde van het werk”, schetst Jan-Willem. “Experts betrekken we vaak via gespecialiseerde bureaus. Er zijn specialisten op het vlak van aardewerk, van textiel, maar ook van dierlijke botten, van menselijke resten, van hout, van bomen, van zaden, van koolstofdatering, van leren schoenen, van gevlochten mandjes: je kunt het haast zo gek niet verzinnen.”

Jan-Willem Oudhof:
“De uitwerking en rapportage is ongeveer tweederde van het archeologische werk”
Met dank aan de nattigheid
Jan-Willem spreekt van geluk dat de Markermeerdijken zich bevinden in wat hij het holocene gedeelte van Nederland noemt. Daarmee bedoelt hij het moerassige kustgebied waar bijna 12.000 jaar geleden de eerste bewoners neerstreken. “Vanwege de nattigheid hier zijn alle vondsten heel veel beter bewaard gebleven dan in de zandige delen van ons land.” Wát zoal, daarover heeft Jan-Willem in deze nieuwsbrief de afgelopen jaren uitvoerig verteld. Maar de meest verrassende vondst was wat hem betreft een verbrande boerderij in de buurt van Uitdam. Dat was nog vóór de eerste nieuwsbrief uitkwam. “We hadden een oude kaart van deze plek en verwachtten zeker wat te vinden, ondanks het feit dat er door de watersnood van 1916 veel verloren is gegaan. Maar op zulke prachtig mooie vondsten als we hier deden, hadden we niet gerekend. Waarschijnlijk zijn er veel dingen door de vingers geglipt bij mensen die op de vlucht sloegen voor de brand. Jammer genoeg deden we deze vondst in coronatijd, anders hadden we een open dag kunnen organiseren. Uiteraard hebben we alles wél zorgvuldig vastgelegd.”

Plattegrond van de boerderij bij Uitdam
Verrassingen als deze vormen een uitzondering op de regel. Of eigenlijk: op de verwachtingen. “We hebben in de voorstudies behoorlijk nauwkeurig in beeld kunnen brengen waar we interessante vondsten zouden kunnen doen. Maar zoals met alles: soms valt het mee en soms valt het tegen. De vermoedelijke locatie van het verdronken dorp bij Etersheim hebben we bijvoorbeeld uitvoerig onderzocht, vooral naar aanleiding van de eerdere vondst van een sarcofaag. Maar daar vonden we minder dan verwacht. Daar is veel verplaatst door het tij en de tijd.” Ook het aantal scheepswrakken dat gevonden werd was kleiner dan voorzien, zegt de archeoloog. “De hele buitendijkse zone van ruim 33 kilometer lang is daar destijds op gescand, onder meer voor het graven van vaargeulen. Maar ja, vaargeulen zijn eenvoudig te verplaatsen, dus er werd vooral om de wrakken heen gewerkt.”
Voor de lezer van deze rubriek, en voor iedere andere liefhebber van archeologie is er een boek in de maak over de vondsten in en om de Markermeerdijken. “Het is een echt publieksboek”, zegt Jan-Willem. “Dus zonder ellenlange lijsten met voetnoten en verwijzingen, en met veel beeld en leesbare verhalen. Echt een aanrader.” Hou de nieuwsbrief in de gaten voor nieuws over de publicatiedatum!